Waar ligt het aan dat sommigen de sterren van de hemel spelen en anderen vals blijven krassen? In welke categorie val jij? Sommige mensen vinden zichzelf totaal amuzikaal. Anderen vinden zichzelf extreem muzikaal. Hoe komen mensen op zo een idee? Professionele musici weten dat muziek een ambacht is, maar ook een kunst. Iedereen kan het leren! Waarom gaat de ene leerling dan sneller vooruit dan de andere?

In mijn lespraktijk heb ik geobserveerd wat ‘talent’ bepaalt. Waarom gaat de ene leerling veel sneller vooruit dan de andere? Het antwoord is aan de ene kant een geruststelling en aan de andere kant een teleurstelling. Wat alle langzame leerlingen als overeenkomst hebben is dat ze weinig studeren, geen routine opbouwen en slecht gemotiveerd zijn. Wat alle uitblinkers als overeenkomst hebben is een grote liefde voor muziek, discipline en veel studie uren.

De geruststellende conclusie is dat iedereen viool kan leren spelen. De teleurstellende conclusie is dat iedereen hard moet werken, ook de grote talenten. Viool is een van de meest gevoelige muziekinstrumenten die er is. Mijn stelling moet dus wel gelden voor andere instrumenten.

Mijn leerlingen hebben het idee dat ik met een viool in mijn handen geboren ben. Ze denken dat zij de enigen zijn die moeten ploeteren en dat bij mij alles vanzelf gaat. Wat ze misschien niet zien is dat ik ook ben begonnen en dat ik er duizenden studie uren op heb zitten voordat ze mij ontmoeten. Ik speel vanaf mijn kindertijd viool en tijdens een muziekvakopleiding maak je een enorme spurt in je spel. Een amateur vindt zichzelf fanatiek als hij een uur heeft gestudeerd op stukken die hij leuk vindt. Ik ben dan net klaar met mijn warming up en heb alleen nog maar toonladders en andere technische oefeningen gedaan.

Muziek is topsport! Vergelijk het eens met tennis. Vrijwel iedereen kan een balletje slaan op vakantie. Als je bij een tennisclub gaat, regelmatig les neemt en fanatiek traint sla je je balletje beter dan de vakantie tennisser. Als je je baan opzegt en je hele leven aan tennis wijdt… Zou je dan na tien jaar niet kunnen opteren om tennisleraar te kunnen worden? En als je dat van jongs af aan had gedaan, zou je dan nu een kampioen zijn?

De Zweedse psycholoog Anders Ericsson heeft mijn stelling bewezen. Zijn onderzoek is kort beschreven in het blad Psychologie. Hij bekeek het studiegedrag van drie groepen conservatorium studenten: de uitblinkers, de goeden en de ‘potentiële muziekdocenten’. Dat laatste is natuurlijk geen goede niveau indicatie, gezien zelfs de beste professionals les geven. Ik noem zelf dat niveau liever ‘gemiddeld’. Hij vroeg ze naar het aantal uren dat ze hadden gestudeerd sinds ze voor het eerst hun viool oppakten. Het bleek dat de beste violisten gemiddeld 10.000 uur hadden gestudeerd, de goede 5.000 uur en de ‘gemiddelden’ 3.000 uur.

Natuurtalent heeft de wetenschapper niet gevonden. Er waren geen studenten die significant minder studeerden en toch net zo goed of beter presteerden dan hun fanatieke collegae. Oefening baart kunst. Mozart beklaagt zich in zijn brieven aan zijn vader regelmatig over zijn harde werken. Hij noemt het onterecht dat mensen dachten dat het vanzelf ging. Sommigen denken zelfs dat hij zijn composities vanuit de hemel kreeg aangereikt. ‘Niemand heeft er harder voor gewerkt dan ik…’

Talent kan je helpen, maar heel hard werken is het meest bepalend voor je succes. Als je tien jaar lang twintig uur per week op de juiste manier studeert en les neemt, word je vanzelf een professional. Vioolspel op hoog niveau is voor vrijwel iedereen weggelegd. Talent maakt het hooguit iets makkelijker…